Harold Langenburg nieuwe commandant cluster West-Twente 

De gemeenten Wierden, Rijssen-Holten en Hellendoorn hebben met ingang van 1 augustus 2009 een nieuwe clustercommandant: de heer Harold Langenburg (35). Hij volgt de heer Rijk van den Dikkenberg op, die per 1 april 2008 een andere betrekking heeft aanvaard.

Harold Langenburg is 35 jaar oud en woonachtig in Wierden. Momenteel is hij plaatselijk commandant van de brandweer Wierden. De heer Langenburg nam de functie van clustercommandant sinds april 2008 waar. Naast clustercommandant, blijft hij ook plaatselijk commandant van de gemeente Wierden. 

Voor de nieuwe clustercommandant is de regionalisering van de brandweer de komende periode de grootste prioriteit. Verder is de verdere ontwikkeling van de samenwerking binnen het cluster West-Twente en van de brandweerorganisatie speerpunt voor de komende jaren.

Tussen de gemeenten Rijssen-Holten, Wierden en Hellendoorn bestaan al jaren verschillende vormen van samenwerking, ook op het gebied van de brandweer. Met de oprichting van een clusterbureau in 2005 gingen de drie korpsen een structurele samenwerking aan om de effectiviteit en efficiëntie van het werk te verhogen. Deze samenwerking is op 21 juni 2006 bezegeld met een convenant waarin de samenwerking is vastgelegd. Het brandweercluster West-Twente maakt onderdeel uit van de regio Twente. 

De brandweerkorpsen van Hellendoorn, Rijssen-Holten en Wierden zijn inmiddels geïnformeerd over de benoeming.


 

Commandant halve dagen aan de slag

(Uit: De Driehoek van woensdag 16 maart 2005)

 

Wierden, 16 maart 2005: De gemeenten Wierden, Rijssen-Holten en Hellendoorn hebben met ingang van 1 april een nieuwe parttime clustercommandant: A.F.M. Steffens. Steffens, tevens brandweercommandant voor het korps Hengelo/Borne is voor 2½ werkdag per week aangesteld.

De nieuwe clustercommandant voor West Twente heeft een poos op zich laten wachten. De selectiecommissie van de samenwerkende gemeenten had in eerste instantie (unaniem) een andere kandidaat op het oog. Die liet echter weten van de benoeming af te zien vanwege een functie elders.

De gemeentes zaten erg in hun maag met de openstaande vacature en hebben daarom niet gekozen voor een nieuwe wervingsprocedure. In plaats daarvab is commandant Steffens voor bepaalde tijd aangesteld. De verwachting is dat hij minimaal een jaar de functie bekleed. Steffens is ruim 30 jaar bij de brandweer werkzaam. Sinds november 1988 is hij commandant van de brandweer Hengelo en sinds 1 juli 2003 eveneens van de brandweer Borne. De afgelopen jaren heeft hij zich intensief bezig gehouden met de samenvoeging van Hengelo en Borne. Een samenvoeging die door leden van beide korpsen als "een succesvol en natuurlijk proces" is ervaren. Daarnaast is hij regelmatig als projectleider in regionaal verband werkzaam geweest en nauw betrokken bij de plannen tot vorming van regionale brandweerclusters.

De brandweerkorpsen van Hellendoorn, Rijssen-Holten en Wierden zijn inmiddels geïnformeerd over de benoeming. Om te komen tot een eerste plan van aanpak voert Steffens voor 15 maart gesprekken met de vertegenwoordigers van de verschillende korpsen. De nieuwe clustercommandant gaat zich vooral bezighouden met de beleidmatige kant van de samenwerkende korpsen in West Twente. In zowel Wierden, Rijssen-Holten als Hellendoorn wordt nog gezocht naar een lokale brandweercommandant.

 


 

Samengaan drie brandweerkorpsen kost veel meer geld 

(Uit: De Twentsche Courant Tubantia)

 

Woensdag 7 mei 2003: WIERDEN - De samenwerking van de drie brandweerkorpsen in West-Twente gaat de betrokken gemeenten Wierden, Hellendoorn en Rijssen-Holten ruim 470.000 euro extra kosten.

Hellendoorn moet daarvan ruim 225.000 euro voor haar rekening nemen, Wierden ruim 152.000 euro en Rijssen-Holten ruim 93.000 euro.

De extra kosten worden met ingang van 1 januari 2004 in twee fasen opgenomen in de gemeentebegroting van Hellendoorn en Wierden. Dit betekent dat Rijssen-Holten in de eerste fase niets hoeft te ondernemen. De verhoging wordt hier pas in de tweede fase doorgevoerd.

Uit een onderzoek dat adviesbureau Van Dijke uitvoerde in opdracht van de drie gemeenten, blijkt dat bij de korpsen ook meer brandweerlieden moeten worden aangesteld.

De brandweer in de gemeente Hellendoorn (nu acht beroepskrachten) dient uitgebreid te worden met vier medewerkers. In Rijssen-Holten (nu tien beroepskrachten) zijn twee extra personeelsleden nodig en in Wierden (nu vijf beroepskrachten) vier medewerkers. De gemeenten moeten hiervoor bijna 272.000 euro (Hellendoorn), bijna 252.000 euro (Wierden) en ruim 139.000 euro (Rijssen-Holten) uittrekken op hun begroting. De personeelsuitbreiding komt geheel ten goede aan de brandweertaken op het gebied van pro-actie, preventie en preparatie. Voor het onderdeel bedrijfsvoering binnen de drie korpsen is geen extra personeel nodig. Voor het goed uitvoeren van de samenwerkingstaken worden zeven medewerkers ingeschakeld. Hun kosten worden verdeeld over de drie gemeenten op basis van het inwonertal.

Wierden, Hellendoorn en Rijssen-Holten verwachten dat de samenwerking meer efficiëncy gaat opleveren. Daarnaast kunnen door het bundelen van de krachten vooral de specialistische brandweertaken door hoog gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Dit zou voor de gemeenten afzonderlijk niet mogelijk zijn. Het onderzoek naar de samenwerking van de drie brandweerkorpsen in West-Twente kent twee fasen. De eerste is nu afgerond. Het is de bedoeling dat tijdens de tweede fase wordt bekeken hoe de samenwerking organisatorisch vorm kan worden gegeven.

 


 

Samenwerking brandweer - algemene informatie

 

Tussen de gemeenten Rijssen-Holten, Wierden en Hellendoorn bestaan al jaren verschillende vormen van samenwerking. Op brandweergebied gaat het om samenwerking in concrete gevallen en een structurele samenwerking bij de bosbrandbestrijding, de intergemeentelijke regeling Officier van Dienst en de operationele grenzen in het kader van de zorgnormering.

 

Bij de voorbereiding van de gemeentelijke brandweerbeleidsplannen groeide het besef dat samenwerking op meer terreinen de nodige voordelen zou kunnen bieden, al was het maar in de vorm van "minder meer-kosten". De brandweerorganisatie moet aan steeds hogere eisen van veiligheid voldoen, waaraan op het niveau van de individuele gemeente in de toekomst nauwelijks meer kan worden voldaan.

 

Om de concrete samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken is een stuurgroep opgericht, bestaande uit de burgemeesters en secretarissen van de drie gemeenten en een vertegenwoordiger van de Regionale brandweer Twente. De stuurgroep concludeert op basis van een advies van een werkgroep die in 2002 heeft gefunctioneerd, dat er voldoende draagvlak aanwezig is voor verdergaande samenwerking op het terrein van de brandweerzorg.

 

Zowel binnen de korpsen, werkgroep en stuurgroep is er overeenstemming over de taakkvelden waarop de samenwerking in eerste instantie gestalte moet krijgen, namelijk pro-actie, preventie en preparatie en in het verlengde daarvan op het terrein van de bedrijfsvoering.

Voor deze samenwerking gelden nadrukkelijk enkele randvoorwaarden:

  1. Er moet voldoende vertrouwen in elkaar bestaan

  2. Elke gemeente stelt naar verhouding vergelijkbare personele capaciteit of middelen beschikbaar. Deelname naar evenredigheid.

  3. Er wordt naar gestreefd om de brandweerorganisaties vergelijkbaar in de gemeentelijke organisaties te positioneren

  4. De plaatselijke (plaatsvervangend) commandant is agendalid van het gemeentelijk managementteam

  5. De begrotingssystematiek wordt zoveel mogelijk op elkaar aangepast

  6. Medezeggenschap is op dezelfde wijze georganiseerd

  7. Rechtspositie en arbeidsvoorwaarden is zowel voor de vrijwilligers als beroeps gelijk

  8. Aansturing geschiedt volgens het principe van integraal management

  9. Beleidsplannen worden op elkaar afgestemd

  10. De brandweerzorg dient efficiënt en effectief te worden uitgevoerd

  11. Vrijwilligheid binnen de repressieve taakuitoefening staat voorop

  12. De repressieve taakuitoefening blijft lokaal.

Gezien enerzijds de landelijke en regionale ontwikkelingen, die tenderen naar samenwerking (clustervorming) en anderzijds de noodzaak om de samenwerking gedegen van start te laten gaan en daarbij onder meer de uitkomsten van de regionale werkgroep preventie ("commissie Lonink") te betrekken heeft de stuurgroep zich uitgesproken voor verdergaande samenwerking per 1 januari 2004.

 

Onder aansturing van de stuurgroep wordt de samenwerking voorbereid door een kwartiermaker in nauwe samenwerking met de (plaatsvervangend) commandanten en het personeel van de plaatselijke korpsen. Dit moet leiden tot een rapportage aan de colleges van Burgemeester en Wethouders die naar verwachting medio 2003 kan plaatsvinden.

 

De raden hebben in alledrie de gemeenten positief besloten over dit initiatief en uitgesproken voor de zomer van 2003 een besluit te willen nemen over de mate en wijze van samenwerking.

 

Op maandagavond 3 februari presenteert de stuurgroep de voornemens aan de korpsen en heeft het personeel de gelegenheid hierover vragen te stellen. De voorlichting vindt plaats om 19.00 uur in de gemeente Hellendoorn, 20.00 uur in Wierden en 21.30 uur in Rijssen-Holten.

 


 

Uitbreiding brandweer Wierden noodzaak

 

WIERDEN - Op z’n minst zes nieuwe beroepsmedewerkers zijn nodig voor het brandweerkorps Wierden/Enter. Deze uitbreiding van personeel is dringend noodzakelijk om alle wettelijke taken en aanbevelingen van landelijke commissies uit te voeren en om onder meer de 48 vrijwillige brandweerlieden te kunnen ondersteunen.

 

‘Nu is er sprake van één beroepskracht, binnenkort wordt dit uitgebreid met een preventiemedewerker. Als je praat van een reëel beeld, zou je er nog zes beroepskrachten bij moeten hebben. Dan werk je conform de uitslagen van onderzoeken die naar aanleiding van bijvoorbeeld de brand in Volendam werden gehouden’, legt plaatsvervangend commandant H. Brunink uit. ‘Volgens deze onderzoeken heb je op de 10.000 inwoners een preventiemedewerker nodig. Je zou dan voor Wierden/Enter alleen al op dit gebied twee personeelsleden nodig hebben. Dat wordt er straks één. Ik doe dit werk er namelijk deels bij. Dat heeft wel weer tot gevolg dat ander noodzakelijk werk blijft liggen’, vervolgt hij.

 

Brandweercommandant E. van Mierlo en burgemeester L.B. Kobes memoreerden de krapte in het personeelsbestand tijdens de nieuwjaarsreceptie van de brandweer Wierden/Enter. ‘Geconstateerd is dat op het gebied van preventie en op ander gebied beroepsmatige versterking nodig is. Daar zetten wij ons de komende jaren voor in. Schattingen op basis van nota’s leert ons dat de beroepsformatie van acht tot negen fte noodzakelijk is om alle taken uit te kunnen voeren’, aldus Kobes tot het brandweerpersoneel.

 

Wierden gaat op het gebied van de brandweerzorg samenwerken met de gemeenten Hellendoorn en Rijssen/Holten. Kobes benadrukte dat voordat deze samenwerking vorm kan krijgen de versterking van de Wierdense brandweer echt noodzakelijk is. ‘Wellicht dat in een samenwerkingsverband nog voordelen zijn te behalen’, aldus de burgemeester.

 

Van Mierlo merkte op dat deze investeringen in personeel ‘van groot belang’ zijn: ‘Het afgelopen jaar is geconstateerd dat de noodzakelijke beroepsmatige ondersteuning nauwelijks meer te realiseren is met het huidige beroepspersoneel.’ Hij gaf daarbij ook aan dat meer beroepskrachten nodig zijn om de vrijwilligers te ondersteunen. ‘Een op sterkte zijnde brandweer is eveneens noodzakelijk om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn bij een samenwerking. Indien het zover komt is het van belang dat Wierden, net als de andere gemeenten, voldoende heeft geïnvesteerd in zijn brandweerkorps.’

 

Kobes en Van Mierlo gaven aan het werk van de vrijwilligers bij het brandweerkorps Wierden/Enter niet uit het oog te willen verliezen. ‘De afgelopen jaren is de druk op de vrijwilliger steeds meer toegenomen. We zien dit in de verplichting realistisch te oefenen en in de noodzaak steeds meer opleidingen te volgen. De belastbaarheid van de vrijwilliger nadert zijn grens en vraagt om een grote zorgvuldigheid in het omgaan met deze mensen. In de komende ontwikkelingen zal veel aandacht worden geschonken aan de inzet en belastbaarheid van onze vrijwillige brandweermensen’, aldus Kobes.

 

(uit: Tubantia van 9 januari 2003)